21 april 2018 Groene Hart

 

 

 Groene hart rit 21-04 2018

 Van sloten,- plassen en het geheim van de smid.

                                                                      

Hierbij een verslag van een rondje in het “Groene Hart” uitgezet door onze voorzitter,
die dus vandaag niet alleen “voorzitter” was, maar ook “voorrijder”, beide gewichtige functies,
maar zoals wij allen weten is onze Arie daar uitstekend voor toegerust.
Vanuit Ede eerst naar Lunteren om Stien op te pikken
en daarna naar Maarsbergen waar we door een enthousiaste menigte werden ontvangen
en uitgenodigd werden om gezamenlijk naar verre dreven af te reizen
 
 
Iets voor 10:00 uur kwamen we aan bij de ijsvereniging in Nieuwkoop
waar de koffie en cake traditioneel klaarstond. 
Eerst maar even bewonderen wat er voor moois mee ging rijden,
waarbij ik (sorry Kreidler) toch wel even stond te likkebaarden bij een paar prachtige Zundapp`s,
waarbij een Zundapp Roller vergezeld van een niet onappetijtelijke dame ook niet onopgemerkt bleef.    
Nadat iedereen zich had gelaafd aan de al eerder genoemde koffie en koek (en ook voldoende had afgetapt) 
werd het startsein gegeven en toen ook de Honda van Jaap werd wijsgemaakt
dat rijden tussen tweetakten echt niet gevaarlijk was en deze dus ook braaf aansloeg,
konden we de gevaren van de polder gaan trotseren.
Echter niet voordat we eerst nog even bij het hoofd van de familie Verlooij langs zijn gegaan
om haar luidkeels toe te zingen en van harte te feliciteren,
want zij bleek deze dag zomaar jarig te zijn . 
 
     
 Arie vertelde ons na deze huldiging dat het eerste gedeelte van de route niet zo lang zou zijn,
omdat we eerst een bezoek zouden brengen aan de smederij van wijlen de heer Verkley aan het Zuideinde.
Na een minuut of tien toeren door het best wel mooie Nieuwkoop
mochten wij onze brommers parkeren onder een tweetal prachtige kastanjebomen.   
Wij werden uitgenodigd binnen te treden in het typisch kleine woonhuisje
met daarachter de werkplaats met de smidsvuren en dat bracht ons weer even terug
naar een stukje historie: de bloeitijd van de smederijen. 
 
 
Wie kent niet de Nieuwkoopse duim en de baggerbeugels ( ik dus niet) in vele diversiteiten?
Het smederijbedrijf verschafte aan velen een bestaan en gaf aan Nieuwkoop
een zekere vermaardheid tot ver buiten de eigen grenzen.
In de 21e eeuw zijn er nog steeds grote metaalbedrijven in Nieuwkoop gevestigd
die hun producten op een wereldwijde markt aanbieden.
De verbondenheid van Nieuwkoop met de smeden en het feit
dat de bestaande smederij van wijlen de heer Verkley aan het Zuideinde zou verdwijnen
was aanleiding tot een actie om de bestaande smederij te behouden voor de inwoners van Nieuwkoop. 
 
 
 
 
 
Onder toeziend oog van zeer deskundige toeschouwers werd er uitleg gegeven
over welstaal en vele andere staalsoorten waarbij de smid aangaf
dat vooral roestig ijzer een graag gewild artikel was om mee te smeden,
wat bij een onverlaat uit de groep de opmerking ontlokte
dat Jaap zijn Honda dan maar goed op slot moest zetten.   
De smid had diverse ijzers in het vuur, die hij met verbluffende handigheid omtoverde
tot duimen, zwaluwstaarten en andere gebruiksvoorwerpen.
Ook daagde hij de hele groep uit om het ook eens te proberen,
maar omdat de meesten op de ambachtsschool het smeden tot in den treure hadden geoefend
en de smid dus niet de loef wilden afsteken, had niemand de animo het ook eens voor te doen
(of men wilde de vingers niet branden).
 
 
 
 
 Na dat de vlammen wat waren getemperd werden we uitgenodigd voor een rondleiding in het woongedeelte,
waar we werden geïnformeerd over de ups en downs in de geschiedenis van het smeden
en kregen we een indruk hoe de mensen toen leefden.
Ook de bekende bedstede ontbrak niet en we zagen een aantal eenvoudige praktische zaken
die het leven voor de bewoners uit die tijd veraangenaamde.   
In het voorhuis hingen honderden voorbeelden van waartoe zo`n vakman smid in staat was
en onze gids demonstreerde het gebruik van de baggerbeugel
waarbij spierballen en lieslaarzen onontbeerlijk zijn. 
Op de vraag hoe het mogelijk was dat er in de omgeving van Nieuwkoop zoveel smederijen waren
antwoordde onze gids dat dit waarschijnlijk lag aan de vele industrie, –
de veenwerken en, ook heel belangrijk, de walvisvaart want hoewel in die tijd de schepen van hout waren
en de mannen van ijzer, zat er aan zo`n schip natuurlijk ook flink wat ijzerwerk.
 
 

Het geheim van de smid

Met dit antwoord was iedereen behalve ikzelf tevreden, want het bleef mij intrigeren
dat er wel voor 80 smeden plaats was in die omgeving en dat het vak van vader op zoon overging.   
Ik kon het dan ook niet laten toen ik op een moment alleen was met de gids
om te vragen hoe het nu werkelijk zat met dat vele werk. 
Hij keek mij even veelbetekenend aan en vertelde mij onder strikte geheimhouding,
dat een belangrijke bron van inkomsten de fabricage van jawel,
degelijke hand gesmede Kuisheidgordels was.
Deze vonden gretig aftrek in verband met het feit dat de mannen
soms 2 jaar wegbleven ter walvisvaart en zij wel van het eerder genoemde ijzer waren,
maar de vrouwen niet alleen van vlees en bloed, maar er ook nog eens zeer appetijtelijk uitzagen.  
En dan nu het geheim: 
wie maakte niet alleen die gordels maar ook de sleutels………………?       
Diep onder de indruk stapte ik daarna weer op mijn Kreidler
om de groep te volgen door het groene hart,
 
 
 
waarbij al het water wat we passeerde mij enigszins onrustig maakte,
want als zandhaas ben ik het niet gewend dat het water hoger staat dan het land
aan de andere kant van de dijk en ik kreeg al visioenen van het verhaal van Hansje Brinker
die door zijn vinger in een dijk te steken een heel dorp redde.   
Vrolijk tuften we door om via Aarlanderveen langs de ooievaar
(wat zullen die beesten blij geweest zijn met de smeden in die tijd) richting ter Aar.    
In ter Aar  werd even een rookpauze ingelast, waarna we via Langeraar naar Woubrugge koersten
om daar bij Kwalitaria de Batehof onze inmiddels luid knorrende maagjes te vullen.   
Daarna reden we welgemoed via Rijnsaterwoude en Leimuiden richting Aalsmeer
en bij Vrouwenakker (wie heeft die naam bedacht…. een smid zeker weer) langs de Amstel
om bij Zevenhoven af te slaan naar een boerderij welke een hondenpension bleek te zijn
waar Arie de zaken weer goed geregeld had, want van al dat toeren krijg je dorst
maar er was ruim voldoende fris voor iedereen geregeld.   
We mochten ook nog even langs de honden die een wel zeer luxe hotel hadden,
waarbij het maar de vraag was of ze na hun logeer partijtje weer naar hun baasjes terug zouden willen gaan.       
Om 16:15 uur en 60 kilometer verder kwam de hele meute,- roedel,- troep weer aan bij de ijsclub
en werden de brommertjes weer opgeladen waarna we weer naar de veilige Veluwe vertrokken.
 
 
 
 

Is het een vogel? Is het een vliegtuig? Is het een ufo?

Dat was de vraag die Stien in ik ons stelden toen plotseling een fel glinsterend voorwerp
over de A12 richting mijn Seat stuiterde.  
Nadat ik het voorwerp met een rukje aan het stuur had kunnen ontwijken
en ook achter ons geen problemen ontstonden,
besloot ik om die Citroën met bekende aanhanger eens wat dichter te naderen en wat blijkt?
Dineke kan naar de brommerwinkel voor een nieuwe bel, want van al dat holderdebolder  door de polder
was haar bel losgetrild en ligt nu ergens tussen Driebergen en Bunnik.     
De reis verliep verder zonder problemen,
en `s avonds thuis achter een borreltje kon ik terugkijken
op een dag met stralend weer en een prachtige rit.
Arie bedankt en tot de volgende rit
 
De  Kreidler groeten, Gijs van Beek