Algemeen onderhoud

 

 

Algemeen onderhoud

 

In de afgelopen jaren  is er al veel aandacht besteedt aan
de techniek van onze tweewielers.
Toch zijn er nog wel zaken die onbesproken dreigen te blijven zijn
omdat ze misschien te vanzelfsprekend zijn.
De gewone dagelijkse verzorging van ons dierbaar bezit.
In de wet wordt altijd zo mooi gesproken over  “goed huisvaderschap”.
Hoe pak je dat aan?
Oftewel: de behandeling van onze brommer in de harde praktijk van alledag.
Er zijn natuurlijk min of meer uitgebreide handleidingen die fabrikanten
met goede bedoelingen in elkaar hebben gestoken
maar deze handleidingen zijn inmiddels zoek…
Verder zijn sommige inzichten op dit gebied inmiddels aangepast aan de moderne tijd.
Hieronder een overzicht van wat wel te doen en wat niet te doen.
 
                                                                                                                                                                                                                                    
De motor
 
Wel doen:
 
1.  Rijd elke gereviseerde motor netjes in, dus rustig warm laten draaien.
Hogere toeren mag zo nu en dan wel, maar probeer te “spelen” met het gas.
Hierdoor went de motor aan verschillende toerentallen en belastingen
en lopen de zuigerveren zo snel mogelijk in op de cilinderwand met uiteindelijk
als resultaat een maximale compressie.
Zwaar belast rijden met een laag toerental is echter zeer slecht!
“Het nieuwe rijden” moet dus niet ten koste van alles worden doorgevoerd!
2   Als u even mee trapt indien de motor nog koud is of er een zware helling opdoemt
wordt u door de kenner zeker niet uitgelachen.
 
Niet doen:
 
1.  De onbelaste motor zijn maximum toeren laten draaien.
2.  Even proefdraaien en dan weer uitzetten.
Dit geeft een heleboel corrosie in de cilinder en kan zelfs
het vastzitten van de zuiger opleveren.
Uit eigen ervaring weet ik hoe frustrerend het is als een motor goedlopend
wordt weggezet en vier weken later muurvast blijkt te zitten.
Met geen 10 paarden kon ik de zuiger er nog uit krijgen,
ik had de Vespa vier weken eerder alleen maar eventjes gestart
om te kijken of hij nog liep….
Dit is nooit meer goed gekomen en de Vespa is op de sloop beland.
Het ging om een 150 cc  scooter die ik van de vader van een vriendje had gehad.
In die tijd kocht iedereen een autootje en werden de Heinkels,
Lambretta’s en Vespa’s massaal gedumpt.
Waarde: oud ijzer prijs, kom daar nu meer eens om!
Ook hier geldt weer de regel: wie wat bewaart die heeft wat. 
Als u de motor toch wilt starten, laat hem dan een paar minuten flink draaien
zodat er geen water meer in de cilinder aanwezig is.
3. Het decompressieklepje niet gebruiken als de motor nog veel toeren draait,
dit klepje kan daardoor verbranden. 
 
 De carburatie 
 
Wel doen:
 
1. Zorg voor schone en niet te oude brandstof.
Let er ook op dat de luchttoevoer naar de tank open is.
2. Reinig het luchtfilter en de benzinefilters  regelmatig.
3. Zorg voor de correcte mengsmering, 1 op 20  is tegenwoordig niet meer nodig,
het kan wel wat schraler.
Ik heb zelf al jaren gewoon uit de pomp getankt (1:50)
zonder ooit een vastloper te hebben gehad.
4. Geef bij het bergafwaarts rijden zo nu en dan gas bij om de smering op gang te houden
zodat er geen vastloper kan ontstaan. 
5. Vergeet ook niet de transmissie olie (indien aanwezig)
op peil te houden en te verversen  
  
Niet doen:
 1. Laat de benzinekraan niet onnodig open staan.
2. Choke of vlotter niet nodeloos.
3. Boor geen sproeier uit of klop deze dicht.
4. De juiste sproeier hangt ook af van een wel of niet vervuild luchtfilter.
5. Niet te vet of te schraal gaan smeren.
 
Ontsteking en verlichting
 
Wel doen:
1. Let op de juiste afstelling van de onderbrekerpunten en de bougie.
2. Zorg voor een goede afdichting van de bougiering.
3. Zorg voor een goede afstelling van het ontstekingstijdstip.
4. Neem reservelampjes van het juiste type mee.
5. Controleer de bougiekabel op veroudering (bros worden en haarscheurtjes)
6. Ook de aansluiting van de kabel op de dop wil nog wel eens loslopen, dus checken.
7. Controleer de diverse kabeldoorvoeren op slijtage waardoor kabels
blank komen te liggen,
vooral bij de scharnierende overgang tussen voorvork en frame. 
 
 
  Niet doen:
1.Draai de bougie met gevoel in de cilinderkop en draai hem niet te vast.
2. Het is niet nodig nieuwe schroefdraad te tappen tijdens het indraaien.
3. Monteer een bougie met de juiste warmtegraad
om motorschade of een “vette pit” te voorkomen.
Let op: een vette bougie  kan ook ontstaan als de benzine zo oud is
dat de lichte fracties verdampt zijn en de olie neerslaat op de bougie. 
4. Verbuig de centrale elektrode nooit.
5. Draai de motor niet snel rond wanneer de vonk niet kan overspringen,
de bobine kan dan doorslaan.
 
 
De transmissie
 
 Wel doen:
1. Laat de koppeling bij het wegrijden soepel aangrijpen,
ontkoppel altijd vlug.
2. Gebruik steeds de juiste versnelling.
 
Niet doen:
1. Rijd nooit met een overmatig slippende koppeling.
2. Misbruik de koppeling niet om soepel te rijden wanneer er
eigenlijk teruggeschakeld moet worden.
3. Bij het terugschakelen een beetje tussengas geven en dubbel clutchen.
4. Niet doorrijden met slippende koppeling of een slappe ketting.
5. Berg de motor niet op met ingetrokken koppelingshandgreep.
De koppelingsveren kunnen dan verslappen en de kabel kan uitrekken.
 
Remmen en banden
 
Wel doen:
1. De remmen op tijd nastellen.
2. Zorg voor de juiste bandenspanning; zeker voor rolaandrijvers.
3. De remkabels regelmatig controleren op zuivere binnenkabels zonder rafels
en breukjes en nette overgangen naar de diverse remhefbomen.
 
Niet doen:      
1. Nooit rijden met onvoldoende of blokkerende remmen.
2. Vermijd ruw rijden en bruusk remmen

Geert Smid