Bromfietsen in Engeland van de vijftiger jaren

TECHNIEK VAN TOEN

 

 

 

De bromfiets in het Engeland van de vijftiger jaren

 

Zoals u wellicht weet doen de Engelsen alles op hun eigen wijze
en werd het bromfiets rijden na de tweede wereldoorlog op een heel ander manier aangepakt
dan op dat rare Europese vasteland.
In de jaren vijftig vertoonde Engeland een aanzienlijke achterstand op het gebied van de bromfiets.
Verwonderlijk was overigens ook dat een wielrijdende natie als Denemarken
de bromfiets niet meer omarmde.
 
Voor de Engelse achterstand waren echter verschillende goede redenen te achterhalen.
Wie in die periode in Engeland een fiets wilde aanschaffen deed dit bij voorkeur in een winkel voor sportartikelen.
De fiets was dus zeker niet het nuchtere vervoermiddel voor de massa zoals wij dat kennen.
In het Verenigd Koninkrijk bouwde men drie soorten fietsen.
Het “utility’model leek veel op de standaard Hollandse fiets.
Daarnaast wemelde het van de speciale toer- en sportfietsen voor de echte liefhebber.
Deze werden zo licht mogelijk geconstrueerd en in sprekende kleuren gemoffeld.
Het lichtmetaal deed daar dus al vroeg zijn intrede vanwege de gewichtsbesparing.
Wie zo’n sportfiets bezat kon het wielrijden naar waarde schatten
en wilde natuurlijk niet gezien worden met een hulpmotor!
Dat was dus een behoorlijk beletsel voor de fiets met hulpmotor.
Op de tweede plaats nam Engeland een leidende positie in op het gebied van de motorrijwielindustrie
en ook wel op het gebied van het lichte “stoom”fietsje.
De uiterste grens was 98 cc en zo’n krachtbronnetje kon niet alleen geleverd worden
in het frame van een lichte motorfiets maar kon ook worden toegepast in een zwaar rijwiel,
die in Engeland “autocycle” werd genoemd.
Deze apparaten zagen er nogal stijfjes uit en waren royaal bepantserd
tegen het vuil van de weg en de vettigheid van de motor.
Een pracht aanbieding voor de lieden die bij ons op  “ snelbrommers’  reden,
dwz. de aspiraties hadden van de motorrijder maar het budget van de wielrijder.
Ten derde was de brommerrijder in Engeland eigenlijk direct ook motorrijder
met alle consequenties in verkeerstechnisch en administratief opzicht.
Dus een rijbewijs verplicht!
Waarom je dan behelpen op een fiets met hulpmotor als een (lichte) motorfiets
verkeerstechnisch ook binnen de mogelijkheden lag?
Ten vierde vormde de sterk geaccidenteerde gebieden,
zoals het Lake-district, de Schotse Hooglanden en Wales een barrière
voor de ondergemotoriseerde fiets met hulpmotor.
Alle aandacht voor de fiets,
maar er werd door bijna geen enkele fabrikant een speciaal hulpmotorrijwiel ontwikkeld.
Er was dus een hiaat tussen de fabrikanten van de hulpmotoren en de fietsproducenten.
Er ontstonden dus creaties zoal de bekende kleine Cucciolo viertaktmotor,
in feite een lichte motorfietsmotor, op een Engelse sportfiets met …  velgremmen!
De hulpmotorfabrikanten hadden oplossingen die vergelijkbaar waren met die van het continent,
Solex aanhangers waren b.v. Cymota en Mocyc.

Cymota was ook bij ons bekend, kenmerkend was het keurig verstopte motortje
onder beplating boven het voorwiel waarin ook de koplamp was opgenomen.
Creativiteit was de Engelsen natuurlijk niet vreemd!
Het achterwiel had echter ook een grote aantrekkingskracht op de Engelse constructeurs.
Daarin, daarop of daarnaast werden verschillende constructies bedacht.
Voorbeelden hiervan zijn hiernaast van boven naar beneden de Power-Pak, de Bantomoto en de kleine Cyclaid.
Bij de mooi gelijnde Power-pak werd de cilinder hangend geplaatst .
Wat hoekiger was de Cyclaid, gemaakt door Britisch Salmson Aero Engines Ltd.
Deze 31 cc tweetakt dreef het achterwiel aan via een riem en een op de spaken te bevestigen poulie.

De Bantomoto vertoonde gelijkenis met b.v.een V.A.P.-4 of een Fuchs en een Victoria.

 

 

 Een uitzondering op deze min of meer “gewone” constructies vormde het “Power Wheel”,
bedacht door een zekere Cyril G. Pullin (ex TT winnaar).
Uitelijk niet bijzonder, het geheel leek op een trommel rond de naaf. 
Het geheel was echter zeer vernuftig geconstrueerd.
Pullin ging uit van een 40cc tweetact motortje, dat in de trommel roteerde rond de naaf!
Niet de krukas draait, doch de cilinder.
Natuurlijk is deze redenering iets te simplistisch.
De krukas roteerde  wel degelijk, via een tandwielstelsel de naaf met zich ronddraaiend.
Het aantal omwentelingen van de motor was veel groter dan die van het wiel.
Op die manier vormde koeling geen probleem.
Als contragewicht voor de cilinder fungeerde de magneet.
De rijwielverlichting werd opgewekt in speciale lichtspoeltjes.
De aandrijving kon worden uitgeschakeld, zodat er gewoon mee kon worden gefietst.
De kleine Amal carburateur was gefixeerd op de achtervork
De roterende motor was als idee niet nieuw, ook de eerste vliegtuig stermotor draaiden,
vast verbonden met de propeller, rond.
In deze afmeting was het echter een noviteit en vormde de grote verassing
van de Engelse beurs in 1951!
Het geheel zou onmiddellijk in productie worden genomen…..

 

Geert Smid