De Flandria

 

 



TECHNIEK VAN TOEN

 

De Flandria, is dat een nieuwe dans of zo?

Nee, het is een nostalgisch transportmiddel en voor mij een symbool van overdadige schoonheid!
Als kleine jongen keek ik vol ontzag op naar de vierkante meters plaatwerk die (toen nog op ooghoogte)
in een prikkelende tweetaktdamp voorbij kwamen en bij zonnig weer
een langdurig verblindende schittering op het netvlies achterlieten.
Het moest toch wel een levensvervulling zijn rond te rijden op zo’n geweldige blikken mastodont
en hierop net als Lucky Luke op Jolly Jumper de zonsondergang tegemoet te rijden.
Helemaal in de lijn van de Amerikaanse automobielen van die tijd waarbij raketachtige elementen
en overdadig chroom een illusie van hoge snelheid,
hoge kwaliteit en hoogwaardige techniek gaven. 
 
 
 
Nostalgie
Ik moet bekennen dat ik op zeer jeugdige leeftijd (een jaar of 14)
al zeer gefascineerd werd door gemotoriseerd blik.
In de fietsenstalling bij het plaatselijke NS station stond al gedurende een eeuwigheid een oude,
grote, stoffige Flandria die blijkbaar door zijn eigenaar was gedumpt….
Vergeet niet dat in die tijd bromfietsen gewoon bij het grof vuil werden gezet.
Jan Modaal was toe aan een autootje en wilde niet meer dat zijn buren hem nog zagen
op zo’n minderwaardig transportmiddel als een bromfiets.
Na maanden van wachten hield ik het niet meer en nam de brommer mee voor een proefritje.
Het kreng was zo zwaar dat ik er bijna onder begraven werd.
Ik kreeg het ding aan de praat maar de gaskabel brak bijna onmiddellijk.
Geen nood, gewoon trekken aan de binnenkabel en vol gas rondjes rijden
op een verlaten grasveldje in de buurt.
Helaas gooide mijn moeder al snel roet in het eten toen ze dit door had
en kwam de politie “mijn”cross Flandria ophalen. Jammer…
Tot zover de jeugdherinneringen.
 
 
 
Maar waar komt dit merk eigenlijk vandaan?
Flandria is een historisch Belgisch fietsen-, brom- en motorfietsmerk.
Het bedrijf A. Claeys-Flandria was gevestigd in Zedelgem en actief tot 1981.
In het Zedelgemse gehucht De Leeuw was de smidse in de 19de eeuw
in handen gekomen van de familie Claeys.
Het bedrijf groeide uit tot een bedrijf met honderden werknemers.
Aan het begin van de 20ste eeuw richtte Leon Claeys een zelfstandig bedrijf
op dat landbouwmachines ging maken en wereldwijd succes zou kennen.
Het familiebedrijf verkocht in 1910 al 150 fietsen.
 

 
Broers Alidor, Jerome, Remi en Aimé Claeys namen de voormalige smidse over,
en vormden het bedrijf om tot een succesvolle fietsenfabriek.
In 1927 werd de 250.000ste fiets geproduceerd.
Aimé Claeys bouwde in 1933 zijn eerste 4 prototypes voor een motorfiets:
een 500 cc-model met een JAP-kopklepmotor.
Het bleef echter bij deze prototypes, de motorfiets ging nooit in productie.
Alidor trok zich in 1936 terug en startte een eigen ijzergieterij.
Pas na de Tweede Wereldoorlog besloot men om bromfietsen te gaan produceren
in een daartoe nieuw gebouwde fabriek in Zedelgem.
 
 
 
De eerste bromfiets
In 1951 rolde de eerste Claeys-Flandria fiets met 40 cc Rex-motor van de band.
Dit blokje werd in 1952 vervangen door een eigen 49 cc blokje.
In 1953 kreeg het machientje al twee versnellingen en werd voorzien van een tankframe.
In hetzelfde jaar ging men ook 125- en 175 cc motorfietsjes bouwen,
waarin ILO-tweetaktmotoren zaten.
In 1954 volgden een 175 cc scooter en een 250 cc-motorfiets,beiden met een ILO-blok.
Intussen werden ook de bromfietsen verbeterd en gemoderniseerd.
In 1955 presenteerde Flandria op het Salon van Brussel een prototype van een dwergauto.
Het bleef echter bij dit ene prototype.
In 1956 gingen de broers uit elkaar.
Jerome trok zich terug en de fabriek werd in twee bedrijven opgesplitst en verdeeld tussen Aimé en Remi.
Aimé bleef Flandria-fietsen maken onder wat voortaan A. Claeys-Flandria heette.
Remi kreeg het linkerdeel van de Zedelgemse fabriek en de Lichterveldse buizenfabriek.
Hij gebruikte de naam Superia om eveneens bromfietsen te gaan produceren,
maar dan met Sachs-motoren.
 
 
 
Het bromfietsmerk Flandria blijft bij Aimé Claeys die het merk verder uitbouwde
en grote hoeveelheden modellen ontwikkelde.
Aanvankelijk leken de modellen van beide merken nogal op elkaar,
totdat Flandria modellen ontwikkelde die sterk beïnvloedt waren door de automodellen
uit Amerika van die tijd, met vinnen, veel chroom en duotone kleurstellingen.
Nederlandse import
De Nederlander Adriaan van Rossum importeerde de Flandria bromfietsen
en bracht die onder de naam Avaros op de markt.
De modellen
Een lange reeks van modellen zullen de Majestic uit 1957 opvolgen,
altijd met een duidelijke verbondenheid met het tijdsbeeld.
Na de jarenlange productie van modellen met veel plaatwerk,
zoals de Kingline en Consul,
volgde een reeks van sportbrommers die zeer populair bleken bij de jeugd,
de Record en de Ultrasport zijn hier voorbeelden van.
Ook de modellen die voor het afleggen van grote afstanden bedoeld waren,
de Rally en de Rallysport, die als zeer luxueus geadverteerd werden, vonden gretig aftrek.
Voor het damessegment van de markt had Flandria altijd een uitgebreid aanbod modellen.
Futura, Caravelle en Euro waren automatische brommers met een lage opstap
die een duidelijke gelijkenis met de Mobylette vertoonden.
 
 
Doordat de verkoop van motorfietsen aan het einde van de jaren vijftig terug liep
staakte Flandria de productie hiervan en concentreerde zich op de bromfietsproductie.
Dit waren zowel zeer vlotte sportbromfietsen, gebruiksbromfietsen als damesmodellen. 
Eind jaren 50 werd Flandria sponsor in het wielrennen
en het bedrijf kwam onder impuls van Pol Claeys met een eigen Flandria-wielerploeg.
De ploeg zou in de jaren 60 verschillende succesvolle renners hebben
en meerdere grote wedstrijden winnen.
Ook Superia sponsorde in die periode een wielerploeg.
 
 
Halverwege de jaren zeventig produceerde Flandria jaarlijks meer dan 100.000 bromfietsen,
naast aluminiumproducten, grasmaaiers en verwarmingsapparatuur.
In 1976 werd bij Flandria een prototype van de Gila-M enduromotor gebouwd,
maar tot productie kwam het niet.
In 1981 eindigde de Flandria-bromfietsproductie.
Behalve in Zedelgem en Zwevezele (België) had Flandria fabrieken in
Nederland (Avaros), Frankrijk, Marokko en Portugal.
Flandria-blokken werden in licentie gebouwd in Figueres (Spanje).
In vrijwel al die landen werden aparte modellen gebouwd.
Het Franse model Sportif werd alleen in Waasten gebouwd.
Ook werden in Frankrijk kleinere wielmaten gebruikt.

Geert Smid