STORINGEN ZOEKEN



 

   

“Storingen zoeken”
Het is wellicht nuttig in dit jaargetijde van de min of meer lange  (club)ritten een overzicht
te geven van de problemen die onze stalen rossen onderweg kunnen teisteren.
Van punt A (de koffie met appelpunt) tot aan punt B (hetzelfde punt als punt A
alleen enkele uren later zonder de koffie maar met de nodige zadelpijn)
kunnen zich allerlei spannende zaken afspelen.
Vooral de “zieltjes zonder zorg” vallen in dit proces door de mand. Wat is dit voor iemand?
Dit is de man of vrouw die een onbegrensd vertrouwen heeft in de bedaagde techniek
en na een winter van stilstand zonder enige vorm van controle of onderhoud
de weg  weer opgaat

 

 
Het motto hierbij is:
  ”Hoe minder ik sleutel, des te minder er stuk gaan
 Deze opmerking wordt dan omlijst met de nodige “macho” verhalen omtrent
het na slechts twee trappen ontwaken uit de winterslaap waaruit weer eens blijkt
hoe beestachtig betrouwbaar type X of merk Y is.
Natuurlijk kennen wij in onze clubgelederen niemand die deze kwalificatie verdient,
wij hebben ons technisch hart op de juiste plaats en koesteren onze tweewielers, toch?
Om u een leidraad te geven in tijden van nood volgen hieronder
op de eerste plaats een aantal storingen die onderweg kunnen optreden,
waarbij een indeling is gemaakt in plotseling optredende problemen
en  verschijnselen die geleidelijk erger worden.
                                                               Het uitgangspunt hierbij is de tweetaktmotor. 
  
             Plotseling optredende storingen

 
1. Motor wil niet aanslaan
Drie mogelijke hoofdoorzaken: carburatie klopt niet, geen vonk of geen compressie
 
2. Motor slaat wel aan, maar stopt weer.
Benzinekraan nog dicht, choke nog in werking, luchtgaatje in vuldop verstopt. Verder zie 1.
 
3. Motor liep goed, maar gaat  inhouden of stoppen.
Tank leeg, stagnatie benzinetoevoer, ontstekingsstoring, compressieverlies.
 
4. Motor verliest vermogen en wordt te heet.
Te schrale mengsmering, te arm mengsel door sproeier- verstopping of valse lucht
Te late ontsteking, te warme bougie.
 
5. Motor loopt vast.
Zie 4, ook rijden met volggas en rugwind. Mechanisch defect.
 
6. Motor gaat pingelen, rammelen.
Zie 4.
7. Terugslag in de carburateur.
Mengsel te arm, te hete bougie, gloeiend kool of pakkingrandje.
 
8. Geen compressie.
Te weinig smering, defecte pakking of bougie, zuigerveren stuk of vastgebrand,
gat in de zuiger, carterlekkage langs krukas- keerring of carterstop verloren.
 
9. Bougie slaat vet
Te koud type, ontstekingsprobleem, te rijk mengsel, te veel olie in de benzine na lang stilstaan.
 
10. Sterk rokende en viertaktende   motor.
Te rijk mengsel, ontstekingsstoring.
 
 
Verschijnselen die steeds erger worden 
 
 1. Motor wil steeds moeilijker aanslaan
Steeds minder compressie, valse lucht, carburateurslijtage,
te zwakke vonk door verzwakking staalmagneten, spanningsverlies  
 
2. Motor gaat steeds slechter  trekken.
Benzinekraan nog dicht, choke nog in werking, luchtgaatje in vuldop verstopt.
  Uitlaatpijp en poort verstopt door koolaanslag. Verder zie 1.
 
3. Motor gaat steeds meer viertakten, blauw roken en slecht trekken
Vervuild luchtfilter, lekke of klemmende vlotter, versleten \beschadigde vlotterpen,
versleten sproeier, koolaanslag in demper en spoel \uitlaatpoort.
 
4. Motor verliest steeds meer vermogen en wordt te heet.
Te arm mengsel door sproeier- verstopping of valse lucht
Te late ontsteking door slijtage nok, te weinig koeling, vastbranden zuigerveren.
 
5. Motor gaat steeds meer pingelen
Toenemende vervuiling van de verbrandingskamer.
 
6. Abnormaal snelle vervuiling
Te rijk mengsel, te veel of ongeschikte olie, ontstekingsuitvallers.
Veel korte ritten. 
7. Toenemend brandstofverbruik
Vervuiling, carterlekkage, te rijk mengsel, te late ontsteking door nokslijtage.
Aanlopende remmen of transmissieweerstand.
 
8. Het licht gaat zwakker branden
Slechte kontakten, oude lampjes, slechte staalmagneten.
 
9. Er brandt steeds een lamp door.
Verkeerd type, of andere lamp uitgevallen.
 
10.Koppeling gaat slippen
Voering van de platen versleten, veren stuk of verslapt, afstelling bowdenkabel verlopen.
 
 
 
Snel globaal diagnose stellen is onderweg natuurlijk een eerste vereiste.
Om dit te kunnen doen is het motto “wie van de drie”!
Ø  Ontsteking
Ø  Carburatie
Ø  Compressie
 
 De ontsteking
is gemakkelijk te controleren door de bougie uit de cilinder te schroeven
en tegen de cilinder te houden.
Als er in eerste instantie geen vonk ontstaat is het verstandig ook even de bougiedop te
demonteren en de kabel op 4 mm van de kop te houden.
Dan moet er toch een vonk zichtbaar worden. Zo niet, dan verder zoeken .
Denk hierbij aan kabelbreuk, defecte isolatie  of problemen met de contactpunten.
Sterk ingebrande contactpunten , die rossig vonken, duiden op een defecte  condensator.
Als de ontstekingsspoel is doorgeslagen horen we de vonkoverslag soms op de plaats van de defecte isolatie.
Als de vonk toch nog aarzelend zichtbaar wordt kunnen we wellicht thuiskomen door
de bougie dicht te tikken en weinig gas te geven.
Als de vonk krachtig blauw is moeten we verder gaan zoeken naar de oorzaak.
Als de bougie al nat was is de carburatie waarschijnlijk geen probleem (hooguit teveel olie).
Een gortdroge pit betekent dat we de gasfabriek maar eens wat nader gaan bekijken.

 

Bij de carburatie
hoort natuurlijk ook  de tank en het kraantje met filter.
Zoals in vorige afleveringen al naar voren kwam zijn onze bejaarde vervoersmiddelen gevoelig
  voor oude verruberde benzineresten waardoor pech onderweg
vaak voortkomt uit het verstoppen van het filter.
Dit is gemakkelijk te controleren door de benzineleiding op de vlotterkamer
los te nemen en te kijken of er benzine uit stroomt.
Stroomt het kostelijk vocht rijkelijk, dan zit het probleem in de carburateur zelf.
Denk hierbij aan een verstopte sproeier of een vastzittende vlotter.
 
De compressie
kan ook problemen geven, controleer het decompressieklepje in de
cilinderkop en de bougieafdichting.
Vergeet ook niet de kopbouten en de koppakking te controleren.
Ook de cartercompressie met goed zijn, anders komt er geen mengsel boven de zuiger.
Dit is te controleren door de motor zonder bougie met volgas rond te draaien.
Kijk dan of het carter of de krukaskeerringen eventueel lekken.
Wat is nu wijsheid om te voorkomen dat men komt te staan in het midden des velds?
In het algemeen is het belangrijk als een goed huisvader met de trouwe tweewieler om te gaan
en te onderkennen wat wel en wat niet goed is.
 
Onderstaande adviezen geven een aardig beeld van een goed beleid.
Goed
Inrijden na revisie belangrijk door niet direct volgas te gaan rijden.
Het toerental soms even opvoeren kan geen kwaad. (500 km)

 
Niet goed
Onbelast volgas draaien, korte ritten waarbij de motor niet warm wordt.
Niet stoppen met de decompresseur alvorens het gas af te sluiten.
 
Goed
Goede brandstof in de juiste mengverhouding.
Filters regelmatig reinigen en luchttoevoer naar de tank controleren.
 
Niet goed
Open laten staan van de benzinekraan, onnodig choken of vlotteren, sproeier uitboren.
 
Goed
Geef bij het bergafwaarts rijden soms even wat gas om vastlopers te voorkomen
 
Niet goed
Niet te gemakkelijk experimenteren met mengverhoudingen
 
goed
Correcte afstelling van onderbrekerpunten en bougie.
 
 Niet goed
Bougie te vast draaien en zonder gevoel (scheef) inschroeven.
 
Goed
Afstelling ontstekingstijdstip
 
Niet goed
Een willekeurige bougie gebruiken; let op de warmtegraad..
 
Goed
Ontkolen nadat duidelijk is dat de prestaties teruglopen,
blauwe walmen ontstaan en er volop wordt geviertakt
 
Niet goed
Buigen aan de centrale elektrode.
De motorsnel draaien terwijl de bougie niet kan overspringen, doorslag van de spoel is dan mogelijk
 
Ontkolen
Ontkolen is een verhaal apart waarbij er op gelet moet worden dat  er geen krassen
in het metaal ontstaan,die bevorderen het snel ontstaan van nieuwe koolaanslag.
Een matige vervuiling betekent dat alleen de kop,
de uitlaatpoort en de zuigerbodem onder handen moeten worden genomen.
Bij ernstige vervuiling moet de cilinder worden afgenomen
en ook de zuiger om de binnenzijde te reinigen.
       Slechte zuigerveren (vastgevreten of te ruim) moeten vervangen worden
 Ook de zuigerveergroeven moeten worden opgezuiverd. De uitlaatdemper is ook goed te reinigen,
denk hierbij aan het verwijderen van kool uit de bocht en het doorprikken van gaten in tussenschotten.
Staalwol kan het best worden vernieuwd.
Geert Smid    
         Geschreven 2010