Uit de oude doos

 

Terug naar het begin… deel 1

 Voordat wij op onze stalen rossen weg konden rijden is er heel wat gebeurd op transportgebied.  Het begon allemaal met de uitvinding van het wiel dat ongeveer 4000 jaar voor het begin van onze jaartelling reeds bekend moet zijn geweest.

Deze uitvinding is op verschillende plekken in de wereld in dezelfde periode ontstaan zodat wij helaas geen uitvinder kunnen vermelden.

Het transport  van goederen en mensen werd hierdoor natuurlijk enorm verbeterd maar de kracht voor de voortstuwing kwam voornamelijk van mens en dier.

Pas in 1798 gelukte het de Franse artillerie-officier Cugnot een driewielige stoomtrekker voor het verplaatsen van geschut in elkaar te zetten.

 

Dit was de eerste geslaagde poging om een zelfbewegend voertuig te maken.

Later werden er ook auto’s en bussen op basis van de stoommachine gemaakt, vooral in Engeland en Frankrijk. Hieraan parallel loopt de ontwikkeling van de fiets.

Een van de eerste voor ons relevante uitvindingen op dit gebied is de loopfiets van Michel Kessler

die hier in 1760 mee voor de draad kwam..

   Deze man had echter te weinig commercieel talent om de uitvinding ten gelde te maken.             

De Duitser Von Drais had wat meer succes en kreeg in 1818 patent op zijn fiets (draizine).   

Hij wist het echter niet tot een groot succes te maken en overleed totaal verarmd in 1851.

Zijn Engelse licentiehouder Johnson lukte dit beter door alle houten delen door ijzer te vervangen.

In 1845 has de Duitser Milius het inzicht een fiets met trappers op de vooras te bouwen.

 

Tien jaar later begon Michaux de serieproductie.

De geschiedenis van de fiets is natuurlijk zeer belangrijk voor de ontwikkeling van de gemotoriseerde tweewieler en toonde tussen 1850 en 1900 een snelle ontwikkeling.

Om gemakkelijk te kunnen trappen zocht men eerst de oplossing door wielen van ongelijke grootte te monteren, tegen het einde van de 19e eeuw kwam men meer en meer tot het inzicht dat een aandrijving, via pedalen, op het achterwiel het beste effect had en ontstond geleidelijk aan de fiets die we qua vorm nu ook nog steeds kennen.

Maar nog steeds moest spierkracht de voortbeweging veroorzaken. De stoommachine was voor dit doel veel te zwaar. Maar er waren ook andere ontwikkelingen:

In 1869 verkreeg Lenoir patent op een gasmotor die later door de Duitser Otto verbeterd werd.

Maar deze  motoren waren log en zwaar en zeker nog niet geschikt om in te bouwen in kleine voertuigen.

Het was de bekende Duitse uitvinder Gottlieb Daimler die serieuze pogingen in het werk stelde motoren te verkleinen en geschikt te maken voor inbouw in fietsen.

 

 

Hij fabriceerde in 1885 de “Einspur” , de eerste motorfiets ter wereld.

Merkwaardig genoeg was deze grotendeels van hout, terwijl de fietsen toen al van ijzer waren..

De wielen waren van ijzeren banden voorzien en er waren aan weerskanten steunwielen aangebracht omdat in die tijd lang niet iedereen een evenwichtskunstenaar was.

Onder de zitplaats was een luchtgekoelde 1 cilinder viertaktmotor ingebouwd die 0,5 pk leverde.

Het apparaat bezat twee versnellingen en de aandrijving vond rechtstreeks vanaf de krukas plaats.

Daimler heeft vooral bekendheid gekregen door de automobielproductie. Later in 1897 heeft de autofabriek nog wel pogingen gedaan een motorfiets te produceren maar door gebrek aan productiecapaciteit liep dat op niets uit.

Concurrenten waren toen nog bezig met de stoommachine waarbij petroleum als brandstof werd gebruikt. Enige getallen: topsnelheid 15 km\uur, gewicht 225 kg….

 

 

  Een andere leuke constructie uit de begintijd is een motorfiets van Felix Millet uit 1885.

Deze bezat een stermotor in het achterwiel (aanvankelijk in het voorwiel).

Ook Millet kon het financieel niet bolwerken en verkocht later zijn rechten aan Gnome et Rhone.

Daar werd deze motor verder ontwikkeld tot de bekende vliegtuigmotor.

Het zwaartepunt in de constructies lag in die tijd vanzelfsprekend bij de driewielers vanwege het gewicht en de stabiliteit.

1894 was het jaar waarin voor het eerste de motorfiets op de weg kwam.

Alois Wolfsmuller en Hans Geisenhof uit Landberg ontwierpen een concept met een tweecilinder watergekoelde viertaktmotor van 2,5 pk.

Het grote publiek was daar nog niet aan toe waardoor dit product toch nog flopte.

 

 Geert Smid ,geschreven 2007