Velgen-spaken

 

 

Hoe moet je een velg spaken

 

Kort geleden hebben we weer genoten van een (opfris)cursus wielenspaken.
Het probleem is alleen dat het ambacht na een keer oefenen nog niet echt blijft hangen.
Ik vind het net een soort breien of punniken waardoor ik bij voorbaat
al onzeker wordt en mij wat onhandig voel.
Het is daarom prima om dit vakmanschap schriftelijk te ondersteunen.
We kunnen dan lekker oefenen op alle (brom)fietsen die in de familiekring aanwezig zijn.
Het zou mij dan ook niet verbazen als we binnenkort in verschillende dorpen in de omgeving
min of meer hobbelende of slingerende fietsen tegenkomen
waarbij de berijdsters elkaar meewarig aankijken en opmerken :
jou man is zeker ook lid van “op z’n elf-en-dertigst”?
 

 Spaken

Deze ogenschijnlijk simpele staafjes zijn zeer doordacht aangebracht in een wiel.
Ze bestaan uit getrokken staaldraad met een grote treksterkte
en kunnen gegalvaniseerd of verchroomd zijn.
De – gegalvaniseerde spaken zijn het meest flexibel.
Verchroomde – en roestvrijstalen spaken beschadigen wat sneller omdat ze harder zijn.
Spaken worden alleen op trek belast.
Een spaak wordt gekarakteriseerd door lengte en diameter.
De lengte van de spaak hangt af van het gewenste vlechtpatroon
en natuurlijk de velg- en naafafmetingen.
Er zijn handige hulpmiddelen in de handel om de juiste spaaklengte
van bestaande spaken te kunnen bepalen, denk hierbij aan de zgn. spaaklineaal (afb.1).
Hiermee is ook de crankspie en de kogeldiameter vast te stellen.
Als je vanaf niets moet beginnen is een spaaktabel noodzakelijk.
De schroefdraad wordt meestal op de spaak “gerold”
waardoor geen materiaal wordt weggesneden
en de spaak dus niet verzwakt.
Afb.1 
 
 Dit wonderbaarlijke gefröbel heeft een zeer mechanisch georiënteerde invalshoek.
Want…waar moeten we allemaal rekening mee houden?
Wat dacht u van: remkrachten, aandrijfkrachten, remkrachten, gewicht van de berijder(s),
oneffenheden in het wegdek, schuin door de bochten razen..
Een spaak zal in de harde praktijk vooral op wisselende trekkrachten belast worden.
Deze krachten veroorzaken metaalmoeheid waardoor spaken uiteindelijk kunnen breken.
Denk bij dit laatste vooral aan de boomontwortelende kracht die we via onze carborundum rol of een ketting loslaten op het wiel. Vooral de kop van de spaak heeft het zwaar, zeker als de spaak teveel speling heeft.
De stand van de spaak t.o.v. de naafflens bepaald de hoeveelheid kracht die overgebracht kan worden van naaf naar velg. Ook de vering van het wiel wordt door de spaakstand beïnvloedt.

Het spaakpatroon
Er zijn drie hoofdposities van de spaak te onderscheiden (afb. 2)
 
 
 
Radiale plaatsing. 
 Hierbij kan nauwelijks kracht worden overgebracht en deze wordt daarom wel toegepast in voorwielen.
De spaken kruisen elkaar niet. 

 

Diagonale plaatsing.  

Hierbij wordt een groot gedeelte van de kracht van de naaf naar de velg via de spaak overgebracht

(op trek belast). De spaak kruist drie andere spaken…kruis over drie”.

 

Tangentiale plaatsing. 

Hierbij wordt verreweg de meeste kracht overgebracht.

De spaak kruist vier andere spaken…”kruis over vier”. 

  Het vlechten(rijgen) van een wiel gebeurt in vier stappen. Meestal wordt een velg met 36 spaken gebruikt.

De spaakgaten in de velg zitten om en om.
De één een beetje naar links, de ander een beetje naar rechts zodat de spaken geen bocht behoeven te maken.
Stap 1 (afb. 3):
 
De eerste negen spaken in de rechterflens van buiten naar binnen. 
Afb. 3 
 
 
De Eerste spaak(2) wordt van buiten naar binnen door de flens gestoken en verdwijnt
in het gat rechts naast het ventiel(1). Het flensgat (3) wordt nu overgeslagen voordat de tweede spaak wordt ingestoken. 
Deze spaak slaat drie gaten(4) over. Op deze wijze worden de eerste negen spaken geplaatst. Draai de nippels allemaal even ver op de spaken tot nog 1mm draad zichtbaar blijft.
Stap 2 (afb. 4):
 
De tweede negen spaken in de linkerflens van buiten naar binnen. De tekening geeft aan hoe te beginnen aan de andere kant. De opmerkzame ambachtsman heeft reeds gezien dat de gaten in de flens niet recht tegenover elkaar zitten! Iets rechts tegenover de eerste spaak zit het eerste gat(3) voor de tweede serie van negen spaken. De methode van inspaken is verder hetzelfde. moeten
Afb. 4 
 
Voordat we aan de 19e spaak beginnen
moet de naaf iets verdraaid worden(afb. 5) zodat de spaak naast het ventielgat wegdraait van dit gat en dus ruimte oplevert. Het is immers nuttig de band nog te kunnen oppompen, nietwaar? Alle spaken moeten na het verdraaien goed gestrekt zijn. Ook de nippels moeten goed in de nippelgaten passen. Het geheel begint nu al enigszins op een wiel te lijken. Op de velg blijven nu steeds twee gaten naast elkaar open. Op de flensen is de volgorde gat- spaak-gat-spaak enz.  
e spaak beginnen moet de naaf iets verdraaid worden(afb. 5) zodat de spaak naast het ventielgat wegdraait van dit gat en dus ruimte oplevert. Het is immers nuttig de band nog te kunnen oppompen, nietwaar? Alle spaken moeten na het verdraaien goed gestrekt zijn. Ook de nippels moeten goed in de nippelgaten passen. Het geheel begint nu al enigszins op een wiel te lijken. Op de velg blijven nu steeds twee gaten naast elkaar open. Op de flensen is de volgorde gat- spaak-gat-spaak enz.  
  Stap 3:
Nu worden de spaken van binnen naar buiten in de fles gestoken. Er kan met elk willekeurig gat begonnen worden. Deze spaak moet nu de andere spaken gaan kruisen! We gaan uit van kruis over drie. Na het insteken van de spaak wordt de richting van deze spaak tegengesteld aan die van de reeds aanwezige spaken. Kruis nu over de eerste twee en onder de derde om een lekker strak wiel te krijgen(vlechten). Neem het velggat dat naast een spaak zit die naar de andere flens gaat, want het geheel moet natuurlijk om en om gemonteerd worden.
De derde negen spaken in de rechterflens en kruis maken.
Afb. 5 
 
Stap 4:
 
Hierbij wordt op dezelfde manier gewerkt en is ons wiel compleet! Alleen..het is nog slapjes. Nu is het dan ook tijd om onze ambachtelijke kwaliteiten uit de kast te halen voor de laatste fase: 
Het opspannen en richten van het wiel.
 
Het onjuist opspannen van een wiel is de snelste weg naar een wiel met slagen en bulten. Het spannen moet dus zeer nauwkeurig gebeuren. Heeft u eraan gedacht om de velg te controleren voordat met het inspaken begonnen werd? Het is toch handig om met een mooie rechte velg te beginnen! Dit is te controleren door de velg op en vlakke ondergrond te leggen en dan te bekijken of hij helemaal vlak ligt. Eventueel met de hand een beetje bijbuigen. 
Opspanmethode:
 
Alle nippels zover op de spaken draaien dat de draad niet meer zichtbaar is.
Daarna vanaf het ventielgat alle nippels enkele volle slagen aandraaien.
Let op: niet teveel want dan zullen de laatste spaken veel te strak komen te staan!
Dit wellicht een keer herhalen totdat alle spaken op een bepaalde spanning komen. Deze spanning is een persoonlijke zaak, het is in ieder geval duidelijk dat de grootte van de spanning gelijke tred houdt met de stevigheid van het wiel. Dit is te controleren door de spaken samen te knijpen of te luisteren naar de “toon” van de spaak. Vervolgens moet het wiel nog gericht worden.  
Richten:
Het richten bestaat uit het wegwerken van “bulten” en “slagen” en het juist centreren van de naaf. Aan de richtbok zitten voelers die tegen de velgrand geplaatst worden. Op deze manier is een afwijking goed te constateren.
Zijslagen: Het wegwerken van zijslagen moet met tenminste vier spaken aan weerskanten van het probleemgebied worden weggewerkt. De spaken die in de slagrichting staan worden iets losser gedraaid, de anderen iets strakker. De spaken die het dichtst bij de slag liggen moeten iets meer slagen krijgen dan degenen de er wat verder vanaf liggen.
Bulten: Het verwijderen van bulten (hoogteslagen) gebeurt door de velg naar de naaf toe te trekken. Dit moet gebeuren met evenveel linker- als rechterspaken om te voorkomen dat er weer een leuke zijslag ontstaat! Ook hier moet de correctie weer op dezelfde manier verdeeld worden over een aantal spaken.
Centreren van de naaf. Natuurlijk moet de naaf in het centrum van het wiel staan. Dit kun je opmeten met een naafcontroleur of het meten van de loodrechte afstand te meten tussen buitenzijkant van de naaf en de velg. Deze afstand moet aan beide zijden gelijk zijn.
 
Eindcontrole:
Nu hebben we in principe een perfect wiel in handen! Hopelijk zijn er geen bulten en slagen meer bijgekomen. Als dit toch het geval is moet er weer (een beetje) gericht worden. Het kan zijn dat sommige spaken nu enigszins getordeerd in het wiel zitten. Deze spanning is op te heffen door het wiel een goede massage te geven. Inklemmen tussen buik(je) en werkbank en de ongesteunde gedeelten van de velg omlaag drukken. Nu zal de eventuele spanning van de velg eruit springen. Goed hè?
 
Geert Smid